Liefde

 

Het ongekende in mijn zijn wil gekend worden.

 

Geruime tijd voelde ik de drang om op te schrijven wat ik in mijn leven heb ervaren.

Lang heb ik gedacht dat het mijn zielepijn was wat in mij gekend wilde worden. Maar dat bleek onjuist.

Wat gekend wilde worden, was en is de onvoorwaardelijke liefde. Liefde die ook wel God wordt genoemd.

 

Zolang ik mij herinneren kan, ervaar ik mijn wereldse zijn anders dan andere mensen.

Het is alsof mijn zijn zich afspeelt in twee werelden. Twee werelden welke in feite één zijn.

In de ene wereld staat mijn menselijke denken en doen centraal. In de andere wereld draait alles om bewustzijn-in-beweging, gelijk het licht. In feite ben ik dan geen ik. Maar Liefde. Voorbij woord en beeld.

Een soort gelijktijdig zijn en niet-zijn.

 

Deze wijze van zijn is stil, teder en zacht. Grenzenloos, eeuwig en alomvattend. Levend, groeiend en bloeiend. Het is een wijze van zijn wat naar mijn beleving in iedereen zit. In alles en iedereen.

Ik als mens bén dat. Ik ben natuurlijk mijn menselijke gedachten en eigenaardigheden, maar ik ben ook dat wat hieraan voorbij gaat.

Dat wat aan mijn Betsie-zijn voorbij gaat. Op de achtergrond is dit er altijd. Als een Medereiziger.

 

Wanneer ik één word met de medereiziger beweeg ik als het ware mee met een dansend licht. Ik laat mij dan leiden door haar energie. Door haar bewegingen valt mijn denken uit de tijd. Onderscheid tussen toen en nu verdwijnt als hier en daar.

En zo swing ik mee in een eindeloos universum. Mensen, dieren, bomen, aarde in al haar vormen: ik ervaar ze als doorzichtige nevelen.

Zij mengen zich voortdurend als kleurrijk pastel.

 

In mijn leven heb ik meermaals ervaringen van eenheid gekend.

Deze ervaringen probeer ik nu in eenvoud met jou te delen. 

 

Mijn vroegste beleving had ik in mijn vijfde levensjaar.

Met een pop in mijn armen zat ik rustig in een rieten kinderstoeltje.

Mijn moeder hing de was op. Het weer was heerlijk; de zon scheen volop. Ineens werd ik gevuld met Licht. Ik werd er één mee. Een gevoel van Liefde stroomde door mij heen.

Ik werd die Liefde. En alles om me heen werd Liefde en Licht. Alles was onbeschrijflijk mooi!

 

Ik groeide op in een gezin waarin aardse liefde veelal werd buitengesloten. Ik heb moeten afzien als kind. Mijn reddende engel bleek een liefdevolle tante.

Gelukkig was zij er die mij mijn broodnodige liefde en aandacht alsnog geven kon.

Ik voelde dat wij echt van elkaar hielden. Ondanks het leeftijdsverschil begrepen wij elkaar.

Zij was het die mij Liefde liet voelen. Toen ik elf was, overleed zij helaas.

Tot op de dag van vandaag vullen mijn ogen zich spontaan met tranen. Wanneer ik denk aan deze tante. Tranen van gemis, maar ook tranen van grote blijdschap.

 

Als kind ontmoette ik in een restaurant eens een barvrouw. Ik keek de onbekende vrouw gebiologeerd in haar ogen. In die ogen zag ik louter Liefde. Nooit ben ik dit moment vergeten. Ik verdronk in haar ogen.

En ik wilde voor altijd bij haar blijven. Het was een zeer korte ontmoeting welke levenslang in mijn geheugen gegrift staat.

 

Op de middelbare school werd mijn leefwereld langzaamaan ruimer.

Ik kon in vrijheid meer de wijde wereld in. Niet ver van huis ontdekte ik een bos.

In mijn eentje ging ik hier vaak naartoe. Ik ging dan zomaar ergens zitten om vervolgens verrast te worden door een allesomvattende vrede van Liefde.

Ik werd één met het bos. Zintuiglijk viel ik samen met het ruiken en voelen van dit bijzondere bos.

Zonder gedachten.

 

Gedachten over God en Jezus werden mij middels godsdienstles onderwezen door een kapelaan. Katholieke geboden en verboden werden mij verhalend opgelegd. Ik moest die dingen uit mijn hoofd leren. Maar het meeste ging langs me heen. Behalve de verhalen over Jezus. Die verhalen vond ik geweldig. Ik hoorde dat Jezus wonderen kon verrichten. Hetgeen mij deed beseffen dat ik wilde zijn als Hij.

 

Rond mijn zestiende begon ik mijn zoektocht naar waarheid. Ik wilde de waarheid over God leren vinden. Gepassioneerd begon ik over allerlei godsdiensten te lezen. Ook wilde ik het leven gaan begrijpen. Gesprekken over het leven en de godsdienst ging ik nooit uit de weg. Veelvuldig ging ik discussies aan met mijn godsdienstdocent. Dat was heerlijk om te doen.

Maar wat ik ook hoorde of las, onderwijl vond ik de waarheid niet.

 

Als twintiger stortte ik mij vervolgens in de psychologie. In de menswetenschap vond ik wel waarheid.

Het menselijke brein vond ik interessant en ik leerde er veel over. Hoe mensen in elkaar zitten, hoe zij zich ontwikkelen, hoe ze reageren, et cetera.

Ik ben hierdoor enorm gegroeid qua zelfkennis. En ook in het leren begrijpen van andere mensen. Beroepsmatig heb ik ook enige tijd met veel plezier in de psychiatrie gewerkt.

 

Het gebeurde mij vanaf mijn achtentwintigste levensjaar dat meer langdurige ervaringen van Liefde en Licht opnieuw op mijn pad kwamen. Tijdens een les klassieke muziek hoorde ik voor het eerst 'La danse macabre' van Camille Saint-Saëns. Deze muziek betoverde mij. Deze muziek nam mij mee.

Mijn ziel werd heel diep aangeraakt. Mijn ziel begon een zieledans.

Zo begon mijn zoektocht naar mooie muziek.

Muziek die zowel in zielepijn als in zieleliefde neer kan strijken.

 

Op een zondagochtend fietste ik naar de schouwburg. Om kaartjes te kopen in de voorverkoop. Ondertussen luisterde ik naar 'I Lombardi alla prima crociata', een opera van Giuseppe Verdi.

Ik genoot intens, maar ineens voelde ik mij volmaakt gelukkig. Ik voelde mij één worden met alles wat er was. Ik ging op in dat zijn. Dat zijn was Liefde. Ik keek met compleet nieuwe ogen. Ongelooflijk.

Alles was nog exact wat het was, maar nu gaf het Licht.

 

Bij de schouwburg aangekomen, ontmoette ik vele mensen welke eveneens kaartjes wilden kopen.

In mijn ogen straalden al deze mensen van Liefde. Ik vond al deze onbekende mensen buitengewoon aardig. Opeens ontdekte ik dat ik geld om mijn kaartjes te kopen vergeten was.

Een wildvreemde was evenwel direct bereid mij het geld in vertrouwen voor te schieten.

Dit gebeuren scheen ook volslagen gewoon.

Terwijl ik wel wist dat dit bijzonder was. In blijde verbondenheid fietste ik daarna huiswaarts.

 

Ook maakte ik eens mee dat ik stil lag te mediteren. Het bijzondere was toen dat de grenzen van mijn lichaam wegvielen. Zelfs de omgeving viel weg. Ik werd toen ik-loze liefde.

Mijn ik ging op in een andere manier van zijn. Er was eigenlijk alleen maar Zijn.

Ik ervoer heel zachte energie. Plotseling zag ik het gezicht van Jezus. Niet van buitenaf, maar van binnenuit. Geen fotografisch gelaat, maar Zijn gezicht van binnenuit. Hierna viel ik in slaap. De volgende dag ontwaakte ik vredig en dankbaar.

 

In mijn werk met gehandicapten heb ik het navolgende meegemaakt.

De geestelijke en meest ook lichamelijke gehandicapten vierden eens per jaar een groot feest met elkaar. Iedereen keek er naar uit. Om tien uur 's ochtends werd de feestdag geopend door de drumband.

Samen met een collega zag ik vanuit een centrale plek hoe de drumband met stevig getrommel aan kwam lopen. Gaandeweg gingen alle deuren van de huizen langzaam open en kwamen de bewoners naar buiten om in optocht achter hun drumband aan te gaan lopen. Een ieder op z'n eigen manier.

Sommigen lopend en strompelend en in rolstoelen... Het was een schitterend schouwspel.

Ik voelde mij diep geraakt door het zien van al deze mensen. En ineens was daar weer die Liefde.

Samen werden we Liefde. Het schijnbaar onvolmaakte bleek volmaakt.

We waren allen verbonden. Iedereen straalde liefde uit.

Tranen van vreugde en dank stroomden over mijn wangen.

Ik ervoer geen afgescheidenheid. Wij waren één.

 

Op een dag bezocht ik een boerderij. In die boerderij stonden koeien dag in dag uit.

Deze koeien mochten nooit naar buiten. Ik bleef staan bij een koe en ik legde mijn hand op haar kop.

En toen keken wij elkaar lang en diep in de ogen. Ik verdween in die koe en de koe verdween in mij. Wij smolten samen, wij werden één. Ik begreep de koe en zij begreep mij.

Wij verbleven in een ruimte van Liefde. Ook voelde ik haar pijn. Ik ervoer de pijn van deze koe.

Maar niets kon ik doen. Hoewel ik de koe jaren geleden ontmoette, voel ik nu nog haar pijn. Onze pijn.

Onze zielepijn. Ook onze Liefde. Onze zieleliefde.

 

Misschien lijkt het nu dat ik altijd woon in die Liefde. Dat is niet het geval.

Mijn ervaringen van eenheid komen en gaan.

Mijn eenheidsbelevingen hebben mij wel dichter bij waarheid gebracht.

Een jaarcursus intuïtieve ontwikkeling hielp ook.

Evenzo het lezen van bepaalde boeken. Zoals 'Niet morgen, maar nu' van Wayne Dyer.

Wat mij ook verder bracht, was het bijwonen van bepaalde lezingen.

In het bijzonder noem ik hier Bram Moerland.

Bram bracht mij dichter bij huis, dichter bij waarheid.

 

Bram sprak in zijn lezingen over Katharen, het evangelie van Thomas en de gnostiek.

De gnostiek is geen geloof. De gnostiek is een levenspad.

Het evangelie van Thomas gaat over de weg naar binnen. Het is een wegwijzer.

Ik beluisterde waarheid in de woorden van Bram. Het raakte mij diep.

Ik vond de teksten prachtig. De teksten nodigen ieder mens uit om het 'Koninkrijk' in jezelf te vinden.

 

Bram en ik zijn bevriend geraakt. Ik werd een leerling van hem. Hoewel hij dit nooit zo zou noemen.

Binnen mijn proces bleek belangrijk dat ik mijzelf leerde kijken naar mijn unieke levensverhaal.

Dat ik leerde mijn rol in dit verhaal te doorgronden.

En dat ik bewust werd van mijn gedachten en gevoelens over mijn rol.

Ik ben in mijzelf gaan schatgraven. Ik ontdekte mijn talenten en hoe deze talenten concreet vorm te gaan geven.

Ik zag in dat gedachten vaak onware programmeringen waren. Hetgeen mij de vrijheid gaf mijn gedachten en mijn rollen niet zomaar meer te geloven.

Tevens ontving ik ware antwoorden op mijn bovengemiddeld geraakt kunnen zijn.

 

Enige tijd heb ik ook samen met Bram lezingen en cursussen gnostiek gegeven.

Dat was heerlijk om te doen.

Als ik voor de groep stond, ervoer ik grote verbondenheid met de mensen. Ik werd die groep.

Zoiets gebeurde als vanzelf. Ik werd één met hen. Alsof het nooit anders geweest was.

Ik beleefde dan een onzeglijk weten. Ik wist wat te doen. Vanuit die bron van Liefde.

Bram nodigde iedereen altijd uit jouw eigen evangelie te gaan schrijven.

Dat doe ik bij dezen. Ik dank hem. Als leraar en als Liefdevolle vriend.

 

Naast de gnostiek verdiepte ik mij in soefisme en boeddhisme.

Ook dat heeft mij verrijkt en bewust gemaakt. Bij het bijbels christendom voel ik mij niet thuis.

Ik voel mij wel thuis  bij de mystici. Wat mystici schrijven over God komt bij mij binnen.

Dat begrijp ik. Ik herken mij in hun ervaringen. Moeiteloos reis ik mee in hun belevingen.

Kortgeleden las ik de tekst van Gustaaf Rutgers. In zijn mystiek geluk ga ik moeiteloos mee op reis.

Mede door hem beschrijf ik nu mijn mystieke liefde.

 

Ben ik een mystica? Ik weet het niet. Ik behoef geen etiket voor de Liefde die ik ben. Ik ben een ervaringsdeskundige, een weter. Ik weet mij geborgen. In de liefde die van aard onpersoonlijk is.

Heb ik God ontmoet? Ik ben voorzichtig met het woord God. Ik noem het liever Liefde.

De God die mij vroeger werd voorgespiegeld, was een bestraffende rechter. Met zo'n God heb ik niets.

Ik heb juist ervaren dat God in alles ademt. God leeft in alles. God groeit in alles.

Niets of niemand uitgezonderd.

Dat is het grootse. Aan die God geef ik heel mijn hart.

Voor die Liefde staat mijn hart eindeloos open.

 

Ik ben als mens een speldenknop in het universum, maar ik bén er. Ik ben thuisgekomen. Ik heb mijzelf geheel gezien en geheel gekend. Nu ken ik. Nu weet ik. Ik ben Thuis in de Liefde van God.

 

Ten slotte citeer ik graag uit het evangelie van Thomas.

 

'Jezus zei:

Laat hij die zoekt voortgaan met zoeken

totdat hij vindt

en wanneer hij vindt

zal hij geschokt zijn

en geschokt zijnde

zal hij zich verwonderen

en hij zal koning zijn over het Al.

En als koning zal hij zijn rust hervinden.'

 

Binnen de gnostiek geldt dat 'de Christus' woont in de mens zelf. Dit betekent dat de mens zijn eigen verlosser is. Zijn eigen Messias. Dit betekent ook dat de mens over zichzelf koning is.

 

 

 

Betsie van den Langenberg, 2020